Monica Heikoop

over onderwijsinnovatie en vernieuwingsprocessen

Archief voor de maand “oktober, 2012”

De balans van afgelopen week én een vooruitblik!

Om met de leuke dingen te beginnen: ik heb mijzelf gehouden aan de afspraak om ook zeker te ontspannen en genieten de afgelopen week! Woensdag een lekker dagje sauna en donderdag en vrijdag naar de Veluwe: lekker wandelen in de bossen, heerlijk eten en slapen in De Zwarte Boer met Tim, heel fijn! Het resultaat? Zie onderstaande foto’s!

     

De rest van de week liep op sommige punten zoals gepland en andere punten helemaal niet. Maar al met al een tevreden gevoel over wat ik heb kunnen doen. In mijn eerdere blogs afgelopen week is daar al resultaat van te zien geweest.

Door diverse omstandigheden is het van de analyse van mijn gegevens niet echt gekomen. De respons van zowel de vierdejaars als de reguliere studenten eerste jaars was helaas te weinig. De vierdejaars enquête heb ik met een herinneringsmailtje met de link maandag opnieuw uitgezet, waarbij ik nu constateer dat dit naar alle waarschijnlijkheid goed gaat komen. De teller staat nu op 56 (van de 170), een goed aantal om een vergelijking met 45 studenten van de MBO verkorte route te kunnen maken. En met een beetje hulp van mijn collega’s en het feit dat morgen de vakantie is afgelopen, komt dit voor de deadline van 31-10 nog wel iets hoger uit. Helaas ging het met de respons van de reguliere eerstejaars studenten helemaal niet zoals gedacht. De twee (halve) groepen die waren aangeschreven via de slb-coaches, hebben nauwelijks gereageerd. De eerder geplande plenaire invulsessie kon helaas niet doorgaan, vandaar waarschijnlijk de lage respons.

Het plan B was om deze eerstejaars allemaal aan te schrijven en via Osiris de mailadressen hiervoor bij elkaar te halen. Mijn uitstelgedrag van maandagavond leidde ertoe dat ik dit nog niet heb kunnen doen, want sinds 23 oktober is Osiris niet meer in de lucht. Mijn hoop is dat morgen alles weer ok is, zodat ik met enige vertraging de mail alsnog kan versturen. Ook van deze groep wil ik van minstens 50 studenten de enquête terug. Met een deadline van 4 november moet het toch nog goed komen!

Mijn tweede actiepunt: de opzet voor de paper van LA3 heb ik niet uitgevoerd, dat komt aanstaande dinsdag. Wat ik wel heb gedaan is een opzet voor de vragenlijst aan mijn collega’s, het uitwerken van het interview met een stakeholder en het zoeken naar meer literatuur over de onderwerpen die in mijn paper aan de orde komen. Denk daarbij aan: (nog) meer achtergronden over assessments en keuzes daarin, teamleren, innoveren (proces), digitale didactiek en veranderingsprocessen (begeleiden). Kortom, anders dan voorgenomen, maar toch zeker opgeschoten! Want daarbij 20 nieuwe bronnen gevonden! Ff doorlezen dus 😉

In plaats van een opzet voor LA3 heb ik het stramien voor mijn scriptie gemaakt, met daarin ook de rubric opgenomen, zodat ik mijn opzet kon vergelijken met de eisen vanuit de Master. En daarop mijn stramien dus enigszins heb aangepast!

De samenvattingen van “aan de slag met competenties”, Fullan en “vernieuwing in het onderwijs” volgen in een nadere blog.

                                       

De samenvattingen van “Leren van innoveren”, Hattie”,”Het geheim van de trainer”en Visual meetings zijn te lezen in voorafgaande blogs.

Over de genoemde boeken “De canon van het leren” en  “Activerend opleiden” kan ik zeggen dat ik die nog niet gelezen heb, maar wel gebruikt heb om literatuur te vinden voor zowel LA3 als mijn onderzoek. En ook “Liefde voor leren” heb ik daar op gescand. En dat heeft ongeveer 80 nieuwe bronnen opgeleverd voor diverse onderdelen van studie en werk! Dat mede dankzij het boekje: De Google code, waarin hele handige tips om effectief te zoeken in allerlei bronnen. Een aanvraag voor diverse artikelen ligt bij de mediatheek.

Interessant is om te zien welke werken regelmatig terugkomen én wat ik daar al van weet of in ieder geval heb gelezen!

Dat er daardoor een aantal boeken is blijven liggen, dat is dan even niet anders.

De uitdagingen voor de komende twee weken zijn kort samen te vatten:

  1. alle literatuur bekijken op bruikbaarheid voor onderdelen van mijn studie, dan wel ophalen/reserveren bij de mediatheek of wachten tot het aangevraagde artikel binnenkomt.
  2. Kopieën maken van relevante literatuur.
  3. Overzichten aanvullen met juiste bronnen en elementen die in een specifiek stuk voorkomen en samenvattingen maken van relevante literatuur.
  4. Onderzoek morgen opnieuw uitzetten onder reguliere eerste jaars.
  5. Volgend weekend + week  een nieuwe poging doen om een eerste analyse te doen van de gegevens die dan binnen zijn. Daarover dan gesprek met opleidingsmanager.
  6. Aanstaande dinsdag opzet maken voor LA3 en eerste stukken schrijven op basis van de informatie die ik tot dan heb.
  7. Start maken met de  integratie-opdracht.

Kortom: genoeg te doen om mij niet te hoeven vervelen!

                  

Vervolg van leren van innoveren

Na het bestuderen van de twee cases “Opleidingdschool en Fysio Expererience Labs” ben ik tot de conclusie gekomen dat het erg ver gaat om dit proces in deze blog te bespreken. Beide processen geven aan dat er sprake is van individuele successen en missers, die ook weer verband houden met de teamprocessen en uiteindelijk in welke mate de innovatie succesvol of niet is geweest. De conclusie die ik er uit trek is dat welk veranderings/innovatietraject dan ook, op dit moment even beperkt tot het onderwijs, alle ontwikkelingen (individueel, team, wisselwerking etc) serieus moeten worden besproken met alle betrokkenen om zo alles goed in de picture te kunnen houden en daarmee de kans op succes te vergroten. Tevens is op te merken dat daar in de dagelijkse praktijk niet of nauwelijks tijd voor wordt uitgetrokken, waardoor innovaties op zijn hoogst ten dele kunnen worden uitgevoerd.

Top/down en bottum/up kunnen en moeten goed samengaan. Goed luisteren en verwachtingen afstemmen is uiterst belangrijk!

Op pagina 404 van het proefschrift wordt gesteld : “het innoveren van het eigen onderwijs is voor bijna niemand een feest geweest, en voor bijna iedereen een louterende ervaring. Het samenwerken met collega’s heeft voor veel docenten onderlinge steun opgeleverd en tegelijkertijd viel het afscheid nemen van de autonomie velen zwaar. ”  “het leren van innoveren is niet gemakkelijk. Het is een energierovend, emotioneel en pijnlijk proces ….”

Op pagina 416 worden aanbevelingen voor het onderwijs gedaan.  Heel kort samengevat komt het  hier op neer:

  • Draagvlak (docenten hebben de behoefte het onderwijs te verbeteren)
  • Gedeeld begrip voor vernieuwing
  • Facilitering van docenten (in tijd en scholing)
  • Stimulering van het gesprek tussen docenten (over visie en middelen)
  • inclusieve vernieuwingsorganisatie (iedereen betrokken!)
  • Trekkers (leiderschapskwaliteiten), luisteren naar volgers, heroverweging van kaders, gezamenlijkheid en teamontwikkeling
  • Acceptatie en coachen van tegenstellingen
  • Balans tussen bottum/up en top/down
  • Luister als management naar ervaring van docenten
  •  Neem tijd en ruimte voor reflectie en evaluatie

Wanneer ik dit vertaal naar de vernieuwing van het curriculum van onze opleiding of het invoeren van harmonisatie voltijd=deeltijd, denk ik dat aan een aantal punten wel tegemoet wordt gekomen en dat op een aantal punten nog zeker actie kan worden genomen. Daarbij ga ik er vanuit dat alle betrokkenen een succesvolle vernieuwing voor ogen staat! Dat niet de gehele werkwijze zoals beschreven in het proefschrift zal worden gebruikt, lijkt me helder. Zoals eerder aangegeven is daarvoor heel veel tijd en ruimte nodig, zal het proces sneller moeten verlopen om in de beperkte tijdsspanne te kunnen realiseren. Er spelen teveel andere factoren mee om een ideale situatie zoals in het proefschrift beschreven te creëren.

Als ik de vergelijking trek naar vernieuwingsprocessen buiten het onderwijs, komen bovenstaande punten helemaal niet vreemd voor om een innovatie succesvol te laten zijn. Een vernieuwings- of veranderingsproces zal altijd gepaard gaan met weerstand, een (al dan niet heftig)  leerproces, externe omstandigheden waarom een innovatie uiteindelijk wel, gedeeltelijk of niet slaagt. Ook Fullan en Teune, maar ook Weggeman laten dit heel duidelijk zien in hun visie.

Kortom: zeer nuttig om te lezen, verbanden te leggen met andere literatuur en eigen praktijk.

Reacties zijn welkom!

 

Vallende kwartjes …

Vannacht, toen ik door een onrustig hoofd even de slaap niet kon vatten, kwamen allerlei verbanden naar boven in de literatuur en praktijk die ik de laatste tijd heb bestudeerd en soms heb toegepast.  Oftewel: de kwartjes vielen.

Daarom hier een korte impressie van mijn gedachten die vannacht door mijn hoofd dwarrelden. Dat de hersens ’s nachts doorwerken de de informatie van overdag verwerken, wist ik al, maar was nu wel overduidelijk aanweizg. En het fijne was dat ik het vanochtend nog wist!

Natuurlijk zijn alle reacties welkom, andere gezichtspunten altijd mogelijk!

Centraal staan: het boek van Hattie: Visible Learning for teachers; Het geheim van de trainer van Kaufman en Ploegmakers en het boek van Sibbet; Visual Meetings. De verbindende onderwerpen: feedback, de rol van de de docent/trainer in het proces en het belang van (vergroten van) de betrokkenheid van de deelnemers.

             

De samenvatting van Visual Meetings staat op mijn blog van gisteren, waarin duidelijk wordt dat het zichtbaar maken van de input de betrokkenheid vergroot. Eigenlijk is er sprake van directe feedback die tot cocreatie leidt. De trainer streeft daar ook naar, aan de ene kant door te faciliteren en aan de andere kant om zelfreflectie te vragen en feedback te geven. En binnen de rol van docent neemt het geven van feedback (zowel individueel als in de groep) een belangrijke plaats in. Daarnaast is onderlinge feedback (peer tutoring) ook als invloedrijk aangemerkt.

Ik zie daarbij veel kansen bij de ontwikkeling van het nieuwe curriculum.  Ruimte voor delen van de lesstof met behulp van visuele technieken en peerreviews en tutoring, elkaar feedback geven en de docent die hierin een stimulerende rol speelt. En dat dan samen met gebruik van nieuwe technologieën  en het verder ontwikkelen van werkplekleren in relatie tot OIIO, volgens mij ontstaat er dan een mooi voorbeeld van attractief onderwijs.

In de boeken van Hattie wordt steeds teruggegrepen op de meta-analyse van 800 onderzoeken en waarin een ranking is gemaakt van invloeden die binnen het onderwijs wel en niet van belang zijn. In deze ranking spelen de docent in allerlei rollen en verschillende vormen van feedback een grote rol.

Het feit dat ik daar veel van terug zie in werkgebieden buiten het onderwijs zoals bij training en visualisatie van processen, geeft voor mij heel duidelijk aan dat de werkgebieden elkaar binnen het onderwijs kunnen versterken. Een belangrijke voorwaarde is dan natuurlijk dat het onderwijswerkveld zich daar voor open moet stellen.

Vanuit het feit dat uit een eerdere analyse van mij (gedaan voor LA1) blijkt dat onze opleiding in hoge mate een lerende organisatie is waarbij het docententeam openstaat voor bijvoorbeeld kenniscreatie én het feit dat er weer nieuwe mensen zijn aangenomen van buiten het onderwijs, biedt veel mogelijkheden om het curriculum te versterken met elementen die vanuit de leertheorieën hebben bewezen dat ze effectief zijn binnen het onderwijs.

En dat maakt docenten en studenten ‘SUPERSLIM”

En … oja, het boek “Vallende kwartjes” is zeker een aanrader, maar dan voor de fun. 😉

Leren van innoveren…

Nieuwsgierigheid blijft de drijfveer!Leren van innoveren: Zo luidt het proefschrift van Wietske Miedema en Martin Stam. Waarbij de docenten in dit proces centraal staan. Ik heb dit boek gelezen in het kader van LA3, maar ik vind ook weer veel aanknopingspunten voor mijn onderzoek en visie op onderwijs. In deze blog daarom een “gekleurde” samenvatting, met de hoofdpunten die ik van belang vind en een bruggetje naar mogelijke toepassingen.

Allereerst: het proefschrift bevat een aantal cases, waarin een bepaalde manier van werken centraal staat. Deze cases komen uit het vmbo en HBO. Omwille van de tijd en mogelijke herkenning beperk ik mij tot de cases in het HBO. Dat kan, omdat dit ook zo in de hoofdstukken is onderverdeeld.

Maar… beginnend bij het begin: De vraagstelling van het onderzoek luidt:

Wat en hoe leren docenten van het innoveren van het eigen onderwijs?

In hoofdstuk 1 worden al een aantal mensen geciteerd: Lagerweij et al. (2004) die constateren: Mensen willen wel veranderen, maar niet veranderd worden (p.20) en Fullan: If we know one thing about innovation and reform it is that it cannot be done succesfully to others (1991, p. XIV)

Het onderzoek in dit proefschrift richt zich op ervaringen van docenten en docententeams en op de betekenis die zij toekennen aan hun handelen en aan de ervaren problemen bij de vernieuwing van hun onderwijs. (p.3)

De opbouw is als volgt: eerst wordt uitgebreid stilgestaan bij de maatschappelijke context waarin het onderzoek zich afspeelt. Daarna volgt het theoretisch kader, waarin de keuze voor de cultuur-historische activiteitstheorie wordt verantwoord. (p.3).
Daarna worden de onderzoeksvragen uitgewerkt en in een aantal hoofdstukken de gevalsstudies beschreven. Daarna vindt een vergelijkende analyse plaats en volgt antwoord op de hoofdvraag.

Naar aanleiding van de grootscheepse onderwijsvernieuwingen die in Nederland steeds hebben plaatsgevonden, spreekt de volgende conclusie mij erg aan: Planmatigheid, doelgerichtheid en kwaliteit van het onderwijs blijken geen goede handvatten te zijn bij het aansturen en analyseren van complexe veranderingsprocessen, zoals grootschalige innovaties (Lagerweij et al.) Ook Fullan onderschrijft dit weer (waarschijnlijk andersom 😉 )

Op pagina 15 wordt geconstateerd dat het traditionele klassikale onderwijs niet meer voldoet. Daarvoor in de plaats komen het werkplekleren, de studieloopbaanbegeleiding en het competentiegericht leren. Het competentiebegrip wordt breed opgevat en vaak ook centraal aangestuurd (zo ook bij de HR)

Er zijn ook inhoudelijke thema’s binnen onderwijsinnovatie, zoals de activerende didactiek, die voortkomt uit het constructivisme en gezien kan worden als de vertaling van de constructivistische uitgangspunten naar didactische aanpakken in de school en de klas (p.21).

Der vertaling blijkt niet eenvoudig voor docenten, vooral omdat er op 4 niveaus dilemma’s plaatsvinden die moeten worden opgelost: conceptuele (de basis), didactische (nieuwe curriculumontwerpen), culturele (rol docent/student) en politieke dilemma’s (stakeholders). (p.21)

Op pag 25 worden de uitgangspunten van het werkplekleren benoemd: een hoog realiteitsgehalte, een ontwikkelingskarakter, goede begeleiding en ondersteuning van het leerproces, goede randvoorwaarden oftewel is de school goed zichtbaar op de werkplek. Als ik dit zo bekijk en ook het boek van Streumer (Kracht van het werkplekleren) erin betrek, dan denk ik dat onze opleiding op meerdere momenten aan deze eisen voldoet. Vanuit mijn eigen visie denk ik dat de studenten steeds uitgedaagd moeten worden om te willen leren. Dat kan goed met een directe link naar de echte praktijk door middel van opdrachten, klantcontact en het bewust worden van talenten en benodigde competenties.

Omdat onderwijsvernieuwingen commitment van alle lagen in het onderwijs vraagt, kost het implementeren van een vernieuwing tijd. De slingerbeweging waarover gesproken wordt, draagt daar niet aan bij. Er zijn veel risicofactoren, die een gevaar vormen voor een goede invoering van een vernieuwing.

Engeström neemt een belangrijke plaats in het theoretisch kader met de uitleg van de activiteitstheorie in relatie tot onderwijsvernieuwing. Daarbij staat ook centraal het delen van problemen, de pogingen dit op te lossen, daarbij buiten het voorgeschreven script treden en dus tot meer in staat zijn (expansief leren). De Community of Practice neemt daarbij een belangrijke plaats in. Som der delen is meer dan het geheel. Engeström kijkt dan ook niet naar het individu en zijn unieke ervaringen.

Vygotski daarentegen gaat wel uit van de mogelijkheid dat het individu expansief kan leren vanuit de Zone van de Naaste Ontwikkeling (ZNO)

Wanneer deze twee theorieën samen worden gebracht, blijkt (zo hebben Daniels (2001) en Onstenk (1997) beschreven) dat de eigen ontwikkeling kan bijdragen tot het feit dat de som der delen groter is dan het geheel. Daarmee zijn we eigenlijk min of meer terug bij het sociaal-constructivisme. Het gaat er om dat leren een gevolg is van de uitbreiding van het duurzame handelingsrepertoire. (p. 51).

Ook in de theorie van het Creatief Leren van Meijers en Wardekker wordt ingezoomd op het leren van het individu binnen een groepscontext, waarbij grenservaringen en kritische situaties tot leren en naar oplossingen leiden.

In dit onderzoek wordt het leren dan ook van twee kanten benaderd: als een collectieve aangelegenheid in het licht van de zones van naaste ontwikkeling als particuliere aangelegenheid. (p.54).

Het onderzoek dat voor dit proefschrift is uitgevoerd is exploratief, dwz een diepgaande beschrijving van unieke gevallen, waarover nog weinig bekend is. Aan de hand van strakke criteria zijn 4 gevalsstudies geselecteerd.

De onderzoeksopzet is interessant en heeft zich over twee jaar uitgespreid. Via leerbiografieën, SBL-competentiematrix en reflectieve zelfevaluaties zijn de afzonderlijke gevalsstudies beschreven na de analyse. Vervolgens wordt in de vergelijkende analyse gegevens naast elkaar gelegd, om zo conclusies te kunnen trekken.

In een volgende blog wordt in gegaan op de gevalsstudies in het HBO en de uiteindelijke conclusies, anders wordt deze blog veeeel te lang. 😉 MAAR: blijf vooral nieuwsgierig …..

Wordt dus vervolgd ….

Visual meetings en wat het betekent als dit wordt toegepast….

In deze blog aandacht voor het boek Visual Meetings, dat heb ik heb gelezen uit nieuwsgierigheid vanwege de pakkende titel en vormgeving. Het is geen samenvatting in de strakke zin van het woord, maar geeft ook weer wat het boek voor mij betekent in de praktijk en waar en wanneer  ik denk dat er winst te behalen valt. Reacties zijn daarom van harte welkom!

Het boek Visual Meetings is een goed leesbaar boek, waarin ver terug wordt gegaan in de tijd om duidelijk te maken dat visualiseren eigenlijk een basis heeft, die iedereen beheerst.

In de inleiding al weet het boek mij te bekoren door te stellen dat visualisaties belangrijke kwesties aan kan pakken en daardoor mede een basis vormen voor de  drijvende krachten achter veranderingen (pagina xviii)

In deel 1 wordt gesproken over de basis. Waar ik zeker mee ga experimenteren in lessen of trainingen is de piek- en daltekening, waarin ten opzichte van een een horizontale lijn voor een bepaald onderwerp persoonlijke pieken en dalen benoemd kunnen worden. Dit draagt bij aan betrokkenheid, bondgenootschap en gezamenlijkheid.

Je kunt al beginnen met eenvoudige templates als brainstormen, agendaplanningen, reflecties op leren, voors en tegens in een T-diagram, venn-diagram (overlappende cirkels, schietschijven). Uiteraard moet ook mindmapping niet worden vergeten, die natuurlijk op allerlei manieren kan worden ingevuld (met woorden, pijlen, tekeningen, diagrammen, digitaal).

In het tweede deel gaat het om de groep betrekken en een vertrouwensband opbouwen, iets dat in het onderwijs natuurlijk heel erg belangrijk is, maar ook in de vernieuwingsprocessen (zowel top/down als bottum/up).

In veel situaties vergroot een visualisatie de betrokkenheid van de deelnemers, omdat zij zich direct gehoord voelen omdat zij het resultaat direct zien.

De volgende onderwerpen staan centraal: Mensen erbij betrekken (plaatjes gebruiken voor interactie), presentatie zonder powerpoint (daar ben ik een groot fan van!), adviseren en verkopen met grafische afbeeldingen (dat deed ik volgens mij bij Nutricia al, ik maakte toen zogeheten detailaids, om de buitendienst op eenvoudige wijze de klant ingewikkelde processen simpel uit te laten leggen ;), maar hier minder relevant en wellicht anders ingevuld (pag 94 e.v.)), praktische tips en hoe je beelden gebruikt om de interactie te verhogen (ook dat doe ik al met foto’s, talentkaarten en andere spelmethoden (volgens mij)).

De grafische vastlegging zorgt dus voor een hoge betrokkenheid. In het boek staan een aantal voorbeelden, die echt heel simpel uit te voeren zijn. Zoals beschrijven waar iedereen zit aan tafel of in een groep met een aantal kenmerken erbij.

In het deel over presenteren zonder powerpoints worden een aantal argumenten benoemd waarom powerpoints niet altijd of altijd niet werken, het is maar welke school je aanhangt.

Powerpoint zorgt voor push en niet pull, terwijl pull deelname creëert waar push voor weerstand zorgt (pag 76). Wanneer er participatie is,  is er aandacht en wordt betrokkenheid gestimuleerd. In heel veel leer- en veranderingsprocessen altijd zeer gewenst en nagestreefd! Bijna alle soorten meetings vereisen namelijk een hoge participatie om succesvol te zijn.  Mij valt op dat wij daar op de opleiding lang niet altijd gebruik van maken. Het raakt natuurlijk ook aan het sociaal-constructivisme, waarin actieve deelname tot dieper leren en daardoor betere prestaties kan leiden. Betrokkenheid is ook in andere leerfilosofieën een  belangrijke voorwaarde om tot goede resultaten te komen. Kortom: zeker de moeite waard om verder te onderzoeken en te experimenteren, zowel in studentensessies als bij docenten. Gedeeltelijk wordt er ook wel gebruik van gemaakt, maar dit kan absoluut sterker! Ik denk dat ook het boek Activerend Opleiden van Lia Bijkerk hier nog een bijdrage aan kan gaan leveren. Juist de combinatie van verschillende inzichten kunnen uiteindelijk leiden tot een nog beter inzicht en gebruik in diverse situaties!

De kracht van post-its wordt al wel gebruikt, maar vaak wordt er nog geen gevolg aan gegeven, waardoor de kracht weer wordt verminderd. Ook voor het gebruik van post-its in sessies zijn een aantal eenvoudige templates benoemd in het boek (pagina 80-84) Wanneer goed gebruik wordt gemaakt wordt van de post-it methodes, dan kan dit heel veel extra betrokkenheid en positieve energiestromen opleveren, die tot veel pullkracht leidt!

Gebruik van beelden en interactie kan door middel van collages gemaakt in gezamenlijkheid of beeldkaarten om de dialoog te stimuleren. Een voorbeeld daarvan wordt in het boek gegeven door ideocards (zie voorbeeld),

maar in Nederland worden via Thema vergelijkbare kaarten uitgegeven gerelateerd aan verschillende onderwerpen. En dat het werkt, heb ik in de praktijk al gemerkt in verschillende situaties. In het boek wordt ook de suggestie gedaan om het eens te proberen met negatieve associaties, lijkt me bijvoorbeeld in conflictsituaties of bij individuele gesprekken zeker een optie!

In het derde deel worden diverse graphics voor visueel denken besproken. Achtereenvolgens komen aan de orde:

Group Graphics (poster, lijsten, clusteren, grid, diagram, tekeningen, mandala’s), waarvan er zeker een aantal bekend voorkomen, omdat ik die regelmatig gebruik in bijeenkomsten of daarmee word geconfronteerd. Vooral lijsten, clusters en mindmaps zijn populair. Tekeningen vereist volgens het boek ervaring met metaforen, mandala’s zijn soms te ingewikkeld, maar kunnen digitaal wellicht makkelijker worden ingezet. De laatste twee worden op dit moment nauwelijks ingezet.

Problemen oplossen door out of the box te denken. Dan is visualisatie een echte powertool (boek pag 151). Naast de 4WH tool worden paretodiagreammen en het visgraatdiagram genoemd als ook de opgelegde metafoor en de 5 waaroms (doorvragen). Er wordt ingegaan op de algemene regels van brainstormen, het goed definiëren van het probleem (anders levert het geen goede oplossing op) en het belang van een goede evaluatie (congrueren) bij brainstormen.  Verder wordt dieper ingegaan op de technieken voor gevorderden en die vooral gebruikt worden bij het bedenken van innovaties en verregaande vernieuwingen in een systeem.

Storyboards maken en idea mapping gaat vooral in hoe innovators en designers werken., dus de creatieve mensen. Maar ook voor teams, studenten of verkoopgesprekken zijn ze goed in te zetten. (pag 167). Ideamapping wordt op eenvoudige manier al toegepast bij bijvoorbeeld kenniscreatie in het team, want minder in plenaire bijeenkomsten met studenten. Het storyboard is zeker het proberen eens waard bij bijvoorbeeld het vak creativiteit.

Visuele planning wordt vooral gebruikt om het totaalplaatje te zien. Ik zie, als ik het onderdeel lees, direct toepassingen in het te ontwikkelen curriculum. Het is wel enigszins toegepast, maar biedt naar mijn idee nog diepergaande mogelijkheden. Op pag 193 worden hier voorbeelden van gegeven.

Er zijn diverse mogelijkheden om gericht in soorten subgroepen visualisatie te gebruiken om een gewenste output te krijgen.  In het boek worden hier een aantal voorbeelden van gegeven. Verder wordt opgemerkt dat ook het creëren van dialoog een goede voorbereiding vereist. Ik denk dat gelijk weer aan toepassingen in lessen/trainingen!

Dat één en ander digitaal vastleggen helpt bij het gebruik in het vervolgproces mag duidelijk zijn. Dat daar vooraf over nagedacht moet worden en concrete afspraken over gemaakt, lijkt me helder.

In het vierde deel wordt ingegaan op het gebruik van graphics om de plannen uit te voeren. Vooral de onderdelen teamperformance ondersteunen en gebruik bij leergerichte workshops hebben mijn speciale belangstelling. Ik zie daar absoluut meerwaarde om beter betekenisvol leren te bereiken.

Bij het ondersteunen van de teamperformance wordt ingezoomd op doelen, rollen en actieplannen. De vier stromen (aandacht, energie, informatie en operations) (naar Arthur Youngs Procestheorie, http://www.arthuryoung.com/ ). Belangrijk voordeel is dat ze duidelijk grafisch te onderscheiden zijn. Dit hebben Drexler en Sibbet vertaald in het team-proces model (zie afbeelding).

In trainingen en workshops zijn alle vormen bruikbaar. Vooral als het om individuele leersituaties gaat, laat het zich makkelijk gebruiken om in dialoog te kunnen treden met de andere deelnemers wanneer dit wordt gedeeld. Uit ervaring weet ik dat dit goed werkt en wederom tot grote betrokkenheid voor het proces oplevert.

In het vijfde deel  wordt in onderstaande procesbeschrijving (bron: Visual Meetings, pagina 264/265) , met behulp van de vier stromen, aangegeven hoe je visual meetings kunt gebruiken binnen je organisatie. Ik zie mogelijkheden in het onderwijs aan studenten, maar ook zeker verbeteringen binnen kenniscreatie binnen het docententeam. Dat wij al gebruik maken van een aantal facetten is fijn om te weten. Ik denk dat vooral in het vervolgtraject nog veel winst valt te halen.

Mijn conclusie is dat Visual Meetings een mooi en handig boek is met veel tips en trucs om op een goede manier gebruik te maken van betrokkenheid in een groep. Dat onderwijs en training elkaar kunnen versterken, wordt hiermee nog eens extra aangetoond. Wanneer je onderwijs benadert als een breed scala aan wegen om leren te stimuleren en niet alleen ziet als het overdragen van kennis, gaat er een wereld van mogelijkheden open! Gelukkig wint die visie (soms) aan terrein ;)!

Kortom (ahum): een zeer nuttig boek voor LA3, mijn onderzoek, de dagelijkse praktijk in het onderwijs naar studenten en voor kenniscreatie binnen het docententeam! Reacties zijn welkom!!

Mijn literatuurlijstje voor komende week …

In de herfstvakantie staan drie zaken centraal:

  1. Eerste analyse van de gegevens uit mijn onderzoek
  2. Opzet van mijn paper voor LA3
  3. Lezen van literatuur voor alle onderdelen van de leerarrangementen en vooral samenvattingen maken, dan wel quotes noteren voor de stukken.

Deze blog gaat vooral over het laatste aspect. De boeken en artikelen liggen mij al een hele tijd aan te staren vanaf de plank op mijn bureau, dus nu moet er eindelijk iets gebeuren, al was het maar om rust in mijn kop te krijgen!

De artikelen van mijn blog van kanttekeningen voorzien en op bruikbaarheid en/of inpasbaar in mijn eigen onderwijspraktijk toetsen.

Samenvattingen van :

  • Aan de slag met Competenties (in relatie tot het proces van vernieuwing van ons eigen curriculum en LA3)
  • Hattie: Visible learning for teachers (irt onderzoek en LA3) en ook visible learning (onderzoek)
  • Fullan: The new meaning of educational change (ter voorbereiding op het schrijven van LA3)
  • Vernieuwing in het Hoger onderwijs (ook ter voorbereiding op het schrijven van LA3 én keuzes binnen de vernieuwing van ons curriculum)

Lezen en samenvatten op basis van bruikbaarheid voor LA3, LA5 en integratieopdracht:

  • Schön: The Reflective Practioner
  • Dochy: Competentiegericht opleiden en toetsen (LA3)
  • Leren van innoveren (delen te gebruiken voor onderbouwing LA3)
  • De proefschriften van Suzanne Verdonschot en Hans Vermaak over vernieuwingstrajecten
  • Eelko Huizingh: Innovatiemanagement
  • Susanne Brakkee: Effectief en motiverend leidinggeven
  • Kaufman en Ploegmakers: het geheim van de trainer (ter voorbereiding op college LA3)

En dan liggen er nog een aantal boeken op de stapel die ook de moeite waard zijn!

Zoals “De canon van het leren” van Manon Ruijters en Robert-jan Simons waarin 50 concepten en hun grondleggers over leren, “De staat van morgen” van Adjidie Bakas over hoe de ondernemersdemocratie Gouden Eeuw II mogelijk maakt (ondertitel) en “Activerend opleiden” van Lia Bijkerk en Wilma van der Heide dat weer interessant is in de dagelijkse praktijk van het onderwijs en de blik op het nieuwe curriculum en stappen richting oplossing voor onderwijs aan de MBO4 verkorte route, en tot (voorlopig slot): “Visuele meeting”s van David Sibbet, waarin interessante linken gelegd kunnen worden met activerend onderwijs, creativiteit en kenniscreatie in teams.

Kortom: ff doorlezen 😉 En dan toch nog een beetje genieten van het vakantiegevoel. 🙂

Dit is interessant!!

In deze blog een aantal artikelen over verschillende onderwerpen, die bij nadere beschouwing wel degelijk iets met elkaar te maken hebben. Een beetje rijp en groen door elkaar en ik moet alles nog nader moet bestuderen.

Deze slideshow geeft op een pakkende manier aan hoe je onderwijs kunt veranderen en interessant kunt maken voor alle stakeholders!

Door interessante tips van Freddy er maar gelijk eens mee aan de slag gegaan. Dat heeft geresulteerd in een paar toepasselijke artikelen die voor iedereen die zich bezig houdt met onderwijsvernieuwing boeiend kunnen zijn.

http://www.kessels-smit.com/nl/596

http://www.kessels-smit.com/nl/910

Vanuit de linkedin groep Higher Education Teaching and Learning een paar interessante reviews over onderwerpen die direct onze onderwijsinvulling aangaan en de mate waarin wij wellicht zouden kunnen vernieuwen. In het licht van flipped classroom en blended learning, diepteleren en krachtige leeromgeving zeker de moeite waard om te lezen.

http://hetl.org/2012/08/12/social-media-why-it-matters-to-everyone-in-education/

http://hetl.org/2012/07/06/immersive-learning-in-preservice-teacher-education-using-virtual-worlds/

Op naar de kritische beschouwing ervan in een volgende blog. Ik nodig iedereen uit om mee te lezen en reacties op deze blog te zetten!

PS: ben nog op zoek om de hyperlinks een wat betere betiteling mee te geven, weet iemand hoe dat werkt?

Aan de slag met competenties

In eerste instantie heb ik dit boek gelezen voor LA3 en LA5, om de informatie over onderwijsvernieuwing en in het kader van mijn onderzoek te kunnen gebruiken en duiden.

Al lezende kwam ik er achter, dat dit boek veel informatie bevat op basis waarvan keuzes voor het eigen, nieuw te ontwikkelen, curriculum voor de opleiding gemaakt zouden kunnen worden.

Deels zijn er natuurlijk keuzes gemaakt. Maar van welke onderwijskundige visie en didactisch concept we in de toekomst gebruik van kunnen maken, daar biedt deze literatuur veel stof tot nadenken en discussie voor. We zullen zien morgen in de bijeenkomst van de curriculumcommissie. Het heeft mij in ieder geval  veel inzicht gegeven in wat we doen, waarom en hoe we dit nu doen en waar dat dan vandaan komt.

Daarnaast zijn natuurlijk veel ontwikkelingen gaande in het onderwijs als blended learning, zowel voor deeltijd als voltijd, digitalisering, gebruik van smartphones, laptops etc.

En dan heb ik het nog niet eens over de noodzaak om aan te sluiten bij alle ontwikkelingen in het beroep en in het HBO in zijn algemeenheid!

Kortom, het boek biedt een goede basis, interessante uitgangspunten en onderwerpen voor discussie voor zowel mijn studie als mijn werk! Geweldig!

3x spannend ……

Allereerst staat mijn onderzoek klaar om verstuurd te worden naar de doelgroep, erg spannend moet ik zeggen. Morgen nog een korte voorlichting en dan online. Ik hoop dat er veel reacties komen én dat het natuurlijk antwoorden gaat geven.

Verder mijn interview voorbereid dat ik aanstaande dinsdag heb met twee stakeholders voor LA3. En Claire ingeseind. En gelukkig, ze kan mee. Wij bekijken een zelfde onderwijsvernieuwing vanuit andere invalshoek, maar hebben dezelfde stakeholders nodig voor achtergrondinformatie. En daarna informatie bij elkaar “weghalen” om ook te kijken wat de verschillen zijn en hoe we dit beiden kunnen gebruiken in onze eigen kritische analyse. Ook spannend dus.

En tot slot een boek gelezen met de titel “Aan de slag met competenties” van Cluitmans en Dekkers, wat ook interessant blijkt voor de ontwikkeling van een nieuw curriculum voor de opleiding. Ik heb het gelezen voor zowel LA5 als La3, maar nu krijgt het nog een extra dimensie, want naast dat het al veel herkenning opleverde, geeft het zeker ook input om te gebruiken in het overleg van aanstaande dinsdag! Leuk en ook weer spannend!

Motivatie en studiesucces

In mijn zoektocht naar nieuwe literatuur, stuit ik op filmpjes, websites, checklisten en proefschriften over motivatie, studiesucces en formats. Die wil ik graag met jullie delen. Natuurlijk kan dit ook via Scoop.it, maar voorlopig kies ik voor mijn eigen blog. Ik houd mij ook aanbevolen voor suggesties en ideeën van anderen ;). Voor de bron studiesuccesho.nl dank ik Claire van harte!

http://www.youtube.com/watch?v=VGrcets0E6I&feature=youtu.be&hd=1&t=22s

http://www.dehaagsehogeschool.nl/lectoraten-en-onderzoek/overzicht-lectoraten/pedagogiek-beroepsvorming/publicaties/algemeen

http://dotsub.com/view/f810c5b5-b8dc-4946-a58f-5f7ce7ce4d44

http://www.studiesuccesho.nl/2011/11/20/checklist-concept/

http://irs.ub.rug.nl/ppn/256199612

http://www.studiesuccesho.nl/2010/09/26/leerlijnen-in-een-curriculum/

 

Berichtnavigatie

%d bloggers liken dit: