Monica Heikoop

over onderwijsinnovatie en vernieuwingsprocessen

Archief voor de categorie “Literatuur samengevat”

E-learning; trends en ontwikkelingen

Wie interesse heeft in de trends en ontwikkelingen rond e-learning komt al snel bij de blog van Wilfred Rubens uit. En het feit dat hij hier ook een (e)-book van heeft samengesteld, maakt de historie en rode lijn interessant en zichtbaar.
In de blog van deze week geef ik in grote lijnen de opbouw weer, zodat in volgende blogs hier op aangehaakt kan worden. Een aantal van de ontwikkelingen worden al gebruikt/toegepast bij de ontwikkeling van het nieuwe curriculum van onze opleiding, andere trends zijn interessant voor het vakgebied Communicatie. Daar waar mogelijk probeer ik verbanden met blogs van anderen te leggen of eerdere uitspraken van mij over digitale didactiek, blended learning of andere kansen binnen het Hoger Onderwijs.

Het boek is opgedeeld in vier onderwerpen: het algemene deel, dat over trends, beïnvloeding, historie en omgevingsfactoren gaat. Daarna een deel dat over visies en opvattingen over leren gaat. Hierin worden ook nieuwe visies op e-learning meegenomen en mythes ontmaskerd. Het derde deel gaat over de pijlers en modellen van de digitale didactiek en de directe toepassing hiervan. Tot slot komen de leertechnologieën aan bod, waarbij ingegaan wordt op de mogelijke toepassingen in het onderwijs. Denk aan weblogs, Augmented reality, Serious gaming, gebruik van mobiele technologie (bring your own device) en Cloud Computing.

Kortom, genoeg om de komende tijd op in te gaan. Er zijn kansen genoeg binnen onze opleiding om dingen uit te proberen, te combineren met activerend opleiden en waar mogelijk vermindering van werkdruk. De ontwikkelingen op dit gebied binnen de HR komen ook, daar waar mogelijk aan de orde.

  dezeen_ikea-launch_augmented-reality_2014_ss2_pan                  serious-gaming                Cloud-computing-concept_nobg

<Volgende keer ga ik het hebben over de achtergrond en opkomst van e-learning, waarbij veranderende opvattingen over opleiden en leren centraal staan. Tot dan!

Enthousiast weer aan de slag!

blog-nieuwe-kansen-opportunities    Na een relatief lange afwezigheid heb ik het voornemen om iedere week een blog te maken over vernieuwing in het onderwijs. Geïnspireerd door Wilfred Rubens, die veel nieuws over e-learning te vertellen heeft, maar ook door alle nieuwe ontwikkelingen binnen ons curriculum en  activiteiten op dit gebied binnen de HR ben ik weer helemaal enthousiast!

Wat ik wil proberen is verbinding te maken tussen theorie en de praktijk bij ons op de opleiding. Vragen die wij elkaar stellen als collega’s, heb ik daar misschien iets over gelezen? Of als ik iets lees, hoe vertalen we dat naar onze eigen praktijk? Daar ligt mijn passie en kracht.

Om focus aan te brengen in de onderwerpen en mij zelf dus enigszins te beperken, richt ik mij op onderwerpen uit het boek van Wilfred Rubens: E-learning, trends en ontwikkelingenomslagboeke-learningtrends

Docent, kom aan je werk toe (33 cases uit het dagelijks leven van een docent)  van René van Kralingen docent kom aan je werk toe

en activerend (digitaal) opleiden door Lia Bijkerk. activerend_opleiden

Per week neem ik 1 onderwerp onder de loep.  Reageren mag, graag zelfs!

Kracht van kwetsbaarheid -Brené Brown

de_kracht_van_kwetsbaarheid_brene_brown In vervolg op de impressie van het boek “De moed van imperfectie” door dezelfde schrijfster wil ik jullie mijn impressie van “De kracht van kwetsbaarheid” niet onthouden. Want het tonen van kwetsbaarheid of zoals je wilt, het kwetsbaar opstellen heeft mij altijd geboeid. Althans daar ben ik me steeds meer bewust van geworden. Voor mijn gevoel heb  ik mij altijd kwetsbaar opgesteld, in die zin dat ik ben wie ik ben en wat je ziet is wat je krijgt. Het boek heeft mij echter veel meer inzicht gegeven in waarom ik ben wie ik ben en waarom ik doe wat ik doe.  Ik kan je zeggen, het was soms onverwacht confronterend, het heeft veel inzicht gegeven in mijzelf. Daarnaast heb ik gelezen over mechanismen om je niet kwetsbaar op te stellen en waarom mensen dat doen. En natuurlijk hoe je hier mee om kunt gaan, hoe je mensen kunt helpen, zonder dat je de aap op de schouder over neemt.

Wat mij vooral getroffen heeft, is de openheid waarover Brené geschreven heeft als het gaat om haar eigen worsteling, schuld en schaamtegevoelens en hoe zij haar weg hierin gevonden heeft.  Ik besef mij (opnieuw) dat dit allemaal wat zweverig klinkt. En toch is het geen zweverig boek. Integendeel, het is heel praktisch, herkenbaar en toepasbaar in het dagelijks leven. En daarom ook zeker de moeite waard om te lezen.

In deze blog wil ik het hoofdstuk 6: Ontwrichtende betrokkenheid: de moed om onderwijs en werk weer menselijk te maken, eruit lichten. Dit omdat deze blog over onderwijs (vernieuwing) gaat. Dit laat onverlet dat de andere onderwerpen zeker de moeite waard zijn. Met name het hoofdstuk over wapenen tegen kwetsbaarheid is zeer confronterend en verhelderend. In dit hoofdstuk worden schild en kracht na elkaar benoemd. Bijvoorbeeld: het schild Perfectionisme en de kracht van kwetsbaarheid Accepteer jezelf zoals je bent.

Het belangrijkste positieve punt uit het hoofdstuk over onderwijs en werk is het feit dat goede constructieve feedback wordt gezien als de manier om de waardekloof te overbruggen. De waardekloof ontstaat door schaamte, schuld en angst en daardoor verliest een organisatie zijn bezielde cultuur. En die bezielde cultuur is nodig voor rust en ruimte wat weer tot creativiteit en innovatie kan leiden. Zonder feedback zijn verandering en groei onmogelijk (p. 195)

Vaak weten mensen niet hoe ze feedback moeten geven (en ontvangen) en wordt feedback gezien als “een moeilijk en ongemakkelijk gesprek”. En dat heeft weer te maken met de angst om je kwetsbaar op te stellen. Als je dat dus durft, dan verloopt het feedbackproces beter en wordt er gestreefd naar een bezielde cultuur. Op p. 201 wordt een checklist voor betrokken feedback gegeven. Ik probeer dat in de praktijk te brengen in mijn werk met studenten en collega’s, maar ook in andere situaties. En dat is niet altijd even makkelijk. Want ook ik heb een wapenuitrusting om mijn kwetsbaarheid af te schermen . Dat was het confronterende deel van het lezen van dit boek.

Kwetsbaar opstellen of kwetsbaarheid tonen is niet hetzelfde als je hele ziel en zaligheid voor iedereen op tafel leggen. Ik ben nu bezig te ontdekken waar mijn wapenuitrusting uit bestaat en hoe ik die af kan leggen. En daarbij ook de wapenuitrusting bij anderen te herkennen en die de respecteren en accepteren, maar dan wel beter in staat ben om die ander misschien te helpen.

Misschien belicht ik in een volgende blog nog wel één of meerdere van die benoemde mechanismen, omdat dit voor anderen zeker herkenbaar is. Ondertussen zie ik in allerlei blogs en trainingen de groeiende belangstelling voor de kracht van kwetsbaarheid in diverse situaties. Dus wie weet wat dit betekent voor het omgaan met elkaar in deze maatschappij.

 

Ben benieuwd naar je reactie!

 

– wordt vervolgd –

 

 

 

De moed van imperfectie

Eindelijk, weer even tijd voor een blog over onderwijszaken. Althans, zo zie ik het boek met de titel De moed der imperfectie geschreven door Brené Btown (2013).  Ik ben er in begonnen omdat de titel mij aansprak en ook de ondertitel mij veel herkenning gaf, met name in mogelijk gedrag van studenten, mijzelf en anderen om mij heen. De ondertitel luist: Laat gaan wie je denkt te moeten zijn.

Wat mij bij het lezen van het boek vooral trof, is de eerlijkheid en kwetsbare opstelling van de schrijfster. Zij geeft aan dat, met name door haar onderzoek  naar schaamte en schuldgevoel dat zij jaren heeft gedaan en een persoonlijke crisis tot inzichten is gekomen waar zij nu veel profijt van heeft in het dagelijks leven en haar vervolgonderzoeken.

Zij werkt dit gegeven uit in 10 stellingen voor een bezield leven: leven vanuit het gevoel dat je de moeite waard bent. Oftewel: ik ben goed genoeg.

Die 10 stellingen heeft zij verwerkt in wegwijzers, met veel concrete en herkenbare voorbeelden:

  1. Kies voor authenticiteit: laat je angst voor wat anderen van je vinden los
  2. Heb meer compassie met jezelf: laat je perfectionisme los
  3. Ontwikkel meer veerkracht: laat zelfverdoving en machteloosheid los
  4. Cultiveer dankbaarheid en geluk: laat je gevoel van schaarste en je angst voor het duister los
  5. Vertrouw op je intuïtie en durf te geloven: laat je behoefte aan zekerheid los
  6. Geef je creativiteit de ruimte: laat de neiging jezelf met anderen te vergelijken los
  7. Neem de tijd om te spelen en te rusten: laat uitputting als statussymbool en productiviteit als maatstaf voor eigenwaarde los
  8. Breng kalmte en stilte in je leven: laat stress als levensstijl los
  9. Streef naar zinvol werk: laat je onzekerheid en je opvattingen over wat je “zou moeten” los
  10. Lach, zing en dans: laat het idee los dat je altijd beheerst moet zijn en “normaal” moet doen los

Zelf had ik altijd het idee geen perfectionist te zijn. Ik wilde het boek lezen om ook bijvoorbeeld perfectionistische studenten beter te begrijpen en hen handvatten te kunnen geven, omdat ik zeer regelmatig studenten er mee zie worstelen. Toch kan ook ik een aantal wegwijzers zeker ter harte nemen om een “bezielder” leven te ervaren. Andere wegwijzers streef ik in ieder geval na of breng in voor een groot deel in de praktijk. Soms komen de tips wat zweverig over, maar vertaald naar je eigen praktijk/leven zijn ze zeker toepasbaar.

Ik ben nu bezig in De kracht van kwetsbaarheid, een nieuw boek van dezelfde schrijfster en min of meer een vervolg op De moed van imperfectie. Ook dat spreekt mij enorm aan. Ik probeer dat ook regelmatig toe te passen en ben iedere keer toch weer positief verrast over het effect. In dit boek hoop ik meer tips en trucs te krijgen, waardoor ik nog beter in staat ben dit aspect toe te passen in mijn dagelijks leven.

Tot slot: het lezen van een boek is een stap, het voornemen om een aantal zaken in de praktijk te brengen de volgende. Uiteindelijk is wilskracht  nodig om het ook echt te gaan en blijven doen. We zullen zien of dat gaat lukken. Ben benieuwd naar jullie ervaringen en reacties of je je in de tien wegwijzers herkend of juist niet…….

 

De balans van afgelopen week én een vooruitblik!

Om met de leuke dingen te beginnen: ik heb mijzelf gehouden aan de afspraak om ook zeker te ontspannen en genieten de afgelopen week! Woensdag een lekker dagje sauna en donderdag en vrijdag naar de Veluwe: lekker wandelen in de bossen, heerlijk eten en slapen in De Zwarte Boer met Tim, heel fijn! Het resultaat? Zie onderstaande foto’s!

     

De rest van de week liep op sommige punten zoals gepland en andere punten helemaal niet. Maar al met al een tevreden gevoel over wat ik heb kunnen doen. In mijn eerdere blogs afgelopen week is daar al resultaat van te zien geweest.

Door diverse omstandigheden is het van de analyse van mijn gegevens niet echt gekomen. De respons van zowel de vierdejaars als de reguliere studenten eerste jaars was helaas te weinig. De vierdejaars enquête heb ik met een herinneringsmailtje met de link maandag opnieuw uitgezet, waarbij ik nu constateer dat dit naar alle waarschijnlijkheid goed gaat komen. De teller staat nu op 56 (van de 170), een goed aantal om een vergelijking met 45 studenten van de MBO verkorte route te kunnen maken. En met een beetje hulp van mijn collega’s en het feit dat morgen de vakantie is afgelopen, komt dit voor de deadline van 31-10 nog wel iets hoger uit. Helaas ging het met de respons van de reguliere eerstejaars studenten helemaal niet zoals gedacht. De twee (halve) groepen die waren aangeschreven via de slb-coaches, hebben nauwelijks gereageerd. De eerder geplande plenaire invulsessie kon helaas niet doorgaan, vandaar waarschijnlijk de lage respons.

Het plan B was om deze eerstejaars allemaal aan te schrijven en via Osiris de mailadressen hiervoor bij elkaar te halen. Mijn uitstelgedrag van maandagavond leidde ertoe dat ik dit nog niet heb kunnen doen, want sinds 23 oktober is Osiris niet meer in de lucht. Mijn hoop is dat morgen alles weer ok is, zodat ik met enige vertraging de mail alsnog kan versturen. Ook van deze groep wil ik van minstens 50 studenten de enquête terug. Met een deadline van 4 november moet het toch nog goed komen!

Mijn tweede actiepunt: de opzet voor de paper van LA3 heb ik niet uitgevoerd, dat komt aanstaande dinsdag. Wat ik wel heb gedaan is een opzet voor de vragenlijst aan mijn collega’s, het uitwerken van het interview met een stakeholder en het zoeken naar meer literatuur over de onderwerpen die in mijn paper aan de orde komen. Denk daarbij aan: (nog) meer achtergronden over assessments en keuzes daarin, teamleren, innoveren (proces), digitale didactiek en veranderingsprocessen (begeleiden). Kortom, anders dan voorgenomen, maar toch zeker opgeschoten! Want daarbij 20 nieuwe bronnen gevonden! Ff doorlezen dus 😉

In plaats van een opzet voor LA3 heb ik het stramien voor mijn scriptie gemaakt, met daarin ook de rubric opgenomen, zodat ik mijn opzet kon vergelijken met de eisen vanuit de Master. En daarop mijn stramien dus enigszins heb aangepast!

De samenvattingen van “aan de slag met competenties”, Fullan en “vernieuwing in het onderwijs” volgen in een nadere blog.

                                       

De samenvattingen van “Leren van innoveren”, Hattie”,”Het geheim van de trainer”en Visual meetings zijn te lezen in voorafgaande blogs.

Over de genoemde boeken “De canon van het leren” en  “Activerend opleiden” kan ik zeggen dat ik die nog niet gelezen heb, maar wel gebruikt heb om literatuur te vinden voor zowel LA3 als mijn onderzoek. En ook “Liefde voor leren” heb ik daar op gescand. En dat heeft ongeveer 80 nieuwe bronnen opgeleverd voor diverse onderdelen van studie en werk! Dat mede dankzij het boekje: De Google code, waarin hele handige tips om effectief te zoeken in allerlei bronnen. Een aanvraag voor diverse artikelen ligt bij de mediatheek.

Interessant is om te zien welke werken regelmatig terugkomen én wat ik daar al van weet of in ieder geval heb gelezen!

Dat er daardoor een aantal boeken is blijven liggen, dat is dan even niet anders.

De uitdagingen voor de komende twee weken zijn kort samen te vatten:

  1. alle literatuur bekijken op bruikbaarheid voor onderdelen van mijn studie, dan wel ophalen/reserveren bij de mediatheek of wachten tot het aangevraagde artikel binnenkomt.
  2. Kopieën maken van relevante literatuur.
  3. Overzichten aanvullen met juiste bronnen en elementen die in een specifiek stuk voorkomen en samenvattingen maken van relevante literatuur.
  4. Onderzoek morgen opnieuw uitzetten onder reguliere eerste jaars.
  5. Volgend weekend + week  een nieuwe poging doen om een eerste analyse te doen van de gegevens die dan binnen zijn. Daarover dan gesprek met opleidingsmanager.
  6. Aanstaande dinsdag opzet maken voor LA3 en eerste stukken schrijven op basis van de informatie die ik tot dan heb.
  7. Start maken met de  integratie-opdracht.

Kortom: genoeg te doen om mij niet te hoeven vervelen!

                  

Vallende kwartjes …

Vannacht, toen ik door een onrustig hoofd even de slaap niet kon vatten, kwamen allerlei verbanden naar boven in de literatuur en praktijk die ik de laatste tijd heb bestudeerd en soms heb toegepast.  Oftewel: de kwartjes vielen.

Daarom hier een korte impressie van mijn gedachten die vannacht door mijn hoofd dwarrelden. Dat de hersens ’s nachts doorwerken de de informatie van overdag verwerken, wist ik al, maar was nu wel overduidelijk aanweizg. En het fijne was dat ik het vanochtend nog wist!

Natuurlijk zijn alle reacties welkom, andere gezichtspunten altijd mogelijk!

Centraal staan: het boek van Hattie: Visible Learning for teachers; Het geheim van de trainer van Kaufman en Ploegmakers en het boek van Sibbet; Visual Meetings. De verbindende onderwerpen: feedback, de rol van de de docent/trainer in het proces en het belang van (vergroten van) de betrokkenheid van de deelnemers.

             

De samenvatting van Visual Meetings staat op mijn blog van gisteren, waarin duidelijk wordt dat het zichtbaar maken van de input de betrokkenheid vergroot. Eigenlijk is er sprake van directe feedback die tot cocreatie leidt. De trainer streeft daar ook naar, aan de ene kant door te faciliteren en aan de andere kant om zelfreflectie te vragen en feedback te geven. En binnen de rol van docent neemt het geven van feedback (zowel individueel als in de groep) een belangrijke plaats in. Daarnaast is onderlinge feedback (peer tutoring) ook als invloedrijk aangemerkt.

Ik zie daarbij veel kansen bij de ontwikkeling van het nieuwe curriculum.  Ruimte voor delen van de lesstof met behulp van visuele technieken en peerreviews en tutoring, elkaar feedback geven en de docent die hierin een stimulerende rol speelt. En dat dan samen met gebruik van nieuwe technologieën  en het verder ontwikkelen van werkplekleren in relatie tot OIIO, volgens mij ontstaat er dan een mooi voorbeeld van attractief onderwijs.

In de boeken van Hattie wordt steeds teruggegrepen op de meta-analyse van 800 onderzoeken en waarin een ranking is gemaakt van invloeden die binnen het onderwijs wel en niet van belang zijn. In deze ranking spelen de docent in allerlei rollen en verschillende vormen van feedback een grote rol.

Het feit dat ik daar veel van terug zie in werkgebieden buiten het onderwijs zoals bij training en visualisatie van processen, geeft voor mij heel duidelijk aan dat de werkgebieden elkaar binnen het onderwijs kunnen versterken. Een belangrijke voorwaarde is dan natuurlijk dat het onderwijswerkveld zich daar voor open moet stellen.

Vanuit het feit dat uit een eerdere analyse van mij (gedaan voor LA1) blijkt dat onze opleiding in hoge mate een lerende organisatie is waarbij het docententeam openstaat voor bijvoorbeeld kenniscreatie én het feit dat er weer nieuwe mensen zijn aangenomen van buiten het onderwijs, biedt veel mogelijkheden om het curriculum te versterken met elementen die vanuit de leertheorieën hebben bewezen dat ze effectief zijn binnen het onderwijs.

En dat maakt docenten en studenten ‘SUPERSLIM”

En … oja, het boek “Vallende kwartjes” is zeker een aanrader, maar dan voor de fun. 😉

Leren van innoveren…

Nieuwsgierigheid blijft de drijfveer!Leren van innoveren: Zo luidt het proefschrift van Wietske Miedema en Martin Stam. Waarbij de docenten in dit proces centraal staan. Ik heb dit boek gelezen in het kader van LA3, maar ik vind ook weer veel aanknopingspunten voor mijn onderzoek en visie op onderwijs. In deze blog daarom een “gekleurde” samenvatting, met de hoofdpunten die ik van belang vind en een bruggetje naar mogelijke toepassingen.

Allereerst: het proefschrift bevat een aantal cases, waarin een bepaalde manier van werken centraal staat. Deze cases komen uit het vmbo en HBO. Omwille van de tijd en mogelijke herkenning beperk ik mij tot de cases in het HBO. Dat kan, omdat dit ook zo in de hoofdstukken is onderverdeeld.

Maar… beginnend bij het begin: De vraagstelling van het onderzoek luidt:

Wat en hoe leren docenten van het innoveren van het eigen onderwijs?

In hoofdstuk 1 worden al een aantal mensen geciteerd: Lagerweij et al. (2004) die constateren: Mensen willen wel veranderen, maar niet veranderd worden (p.20) en Fullan: If we know one thing about innovation and reform it is that it cannot be done succesfully to others (1991, p. XIV)

Het onderzoek in dit proefschrift richt zich op ervaringen van docenten en docententeams en op de betekenis die zij toekennen aan hun handelen en aan de ervaren problemen bij de vernieuwing van hun onderwijs. (p.3)

De opbouw is als volgt: eerst wordt uitgebreid stilgestaan bij de maatschappelijke context waarin het onderzoek zich afspeelt. Daarna volgt het theoretisch kader, waarin de keuze voor de cultuur-historische activiteitstheorie wordt verantwoord. (p.3).
Daarna worden de onderzoeksvragen uitgewerkt en in een aantal hoofdstukken de gevalsstudies beschreven. Daarna vindt een vergelijkende analyse plaats en volgt antwoord op de hoofdvraag.

Naar aanleiding van de grootscheepse onderwijsvernieuwingen die in Nederland steeds hebben plaatsgevonden, spreekt de volgende conclusie mij erg aan: Planmatigheid, doelgerichtheid en kwaliteit van het onderwijs blijken geen goede handvatten te zijn bij het aansturen en analyseren van complexe veranderingsprocessen, zoals grootschalige innovaties (Lagerweij et al.) Ook Fullan onderschrijft dit weer (waarschijnlijk andersom 😉 )

Op pagina 15 wordt geconstateerd dat het traditionele klassikale onderwijs niet meer voldoet. Daarvoor in de plaats komen het werkplekleren, de studieloopbaanbegeleiding en het competentiegericht leren. Het competentiebegrip wordt breed opgevat en vaak ook centraal aangestuurd (zo ook bij de HR)

Er zijn ook inhoudelijke thema’s binnen onderwijsinnovatie, zoals de activerende didactiek, die voortkomt uit het constructivisme en gezien kan worden als de vertaling van de constructivistische uitgangspunten naar didactische aanpakken in de school en de klas (p.21).

Der vertaling blijkt niet eenvoudig voor docenten, vooral omdat er op 4 niveaus dilemma’s plaatsvinden die moeten worden opgelost: conceptuele (de basis), didactische (nieuwe curriculumontwerpen), culturele (rol docent/student) en politieke dilemma’s (stakeholders). (p.21)

Op pag 25 worden de uitgangspunten van het werkplekleren benoemd: een hoog realiteitsgehalte, een ontwikkelingskarakter, goede begeleiding en ondersteuning van het leerproces, goede randvoorwaarden oftewel is de school goed zichtbaar op de werkplek. Als ik dit zo bekijk en ook het boek van Streumer (Kracht van het werkplekleren) erin betrek, dan denk ik dat onze opleiding op meerdere momenten aan deze eisen voldoet. Vanuit mijn eigen visie denk ik dat de studenten steeds uitgedaagd moeten worden om te willen leren. Dat kan goed met een directe link naar de echte praktijk door middel van opdrachten, klantcontact en het bewust worden van talenten en benodigde competenties.

Omdat onderwijsvernieuwingen commitment van alle lagen in het onderwijs vraagt, kost het implementeren van een vernieuwing tijd. De slingerbeweging waarover gesproken wordt, draagt daar niet aan bij. Er zijn veel risicofactoren, die een gevaar vormen voor een goede invoering van een vernieuwing.

Engeström neemt een belangrijke plaats in het theoretisch kader met de uitleg van de activiteitstheorie in relatie tot onderwijsvernieuwing. Daarbij staat ook centraal het delen van problemen, de pogingen dit op te lossen, daarbij buiten het voorgeschreven script treden en dus tot meer in staat zijn (expansief leren). De Community of Practice neemt daarbij een belangrijke plaats in. Som der delen is meer dan het geheel. Engeström kijkt dan ook niet naar het individu en zijn unieke ervaringen.

Vygotski daarentegen gaat wel uit van de mogelijkheid dat het individu expansief kan leren vanuit de Zone van de Naaste Ontwikkeling (ZNO)

Wanneer deze twee theorieën samen worden gebracht, blijkt (zo hebben Daniels (2001) en Onstenk (1997) beschreven) dat de eigen ontwikkeling kan bijdragen tot het feit dat de som der delen groter is dan het geheel. Daarmee zijn we eigenlijk min of meer terug bij het sociaal-constructivisme. Het gaat er om dat leren een gevolg is van de uitbreiding van het duurzame handelingsrepertoire. (p. 51).

Ook in de theorie van het Creatief Leren van Meijers en Wardekker wordt ingezoomd op het leren van het individu binnen een groepscontext, waarbij grenservaringen en kritische situaties tot leren en naar oplossingen leiden.

In dit onderzoek wordt het leren dan ook van twee kanten benaderd: als een collectieve aangelegenheid in het licht van de zones van naaste ontwikkeling als particuliere aangelegenheid. (p.54).

Het onderzoek dat voor dit proefschrift is uitgevoerd is exploratief, dwz een diepgaande beschrijving van unieke gevallen, waarover nog weinig bekend is. Aan de hand van strakke criteria zijn 4 gevalsstudies geselecteerd.

De onderzoeksopzet is interessant en heeft zich over twee jaar uitgespreid. Via leerbiografieën, SBL-competentiematrix en reflectieve zelfevaluaties zijn de afzonderlijke gevalsstudies beschreven na de analyse. Vervolgens wordt in de vergelijkende analyse gegevens naast elkaar gelegd, om zo conclusies te kunnen trekken.

In een volgende blog wordt in gegaan op de gevalsstudies in het HBO en de uiteindelijke conclusies, anders wordt deze blog veeeel te lang. 😉 MAAR: blijf vooral nieuwsgierig …..

Wordt dus vervolgd ….

Visual meetings en wat het betekent als dit wordt toegepast….

In deze blog aandacht voor het boek Visual Meetings, dat heb ik heb gelezen uit nieuwsgierigheid vanwege de pakkende titel en vormgeving. Het is geen samenvatting in de strakke zin van het woord, maar geeft ook weer wat het boek voor mij betekent in de praktijk en waar en wanneer  ik denk dat er winst te behalen valt. Reacties zijn daarom van harte welkom!

Het boek Visual Meetings is een goed leesbaar boek, waarin ver terug wordt gegaan in de tijd om duidelijk te maken dat visualiseren eigenlijk een basis heeft, die iedereen beheerst.

In de inleiding al weet het boek mij te bekoren door te stellen dat visualisaties belangrijke kwesties aan kan pakken en daardoor mede een basis vormen voor de  drijvende krachten achter veranderingen (pagina xviii)

In deel 1 wordt gesproken over de basis. Waar ik zeker mee ga experimenteren in lessen of trainingen is de piek- en daltekening, waarin ten opzichte van een een horizontale lijn voor een bepaald onderwerp persoonlijke pieken en dalen benoemd kunnen worden. Dit draagt bij aan betrokkenheid, bondgenootschap en gezamenlijkheid.

Je kunt al beginnen met eenvoudige templates als brainstormen, agendaplanningen, reflecties op leren, voors en tegens in een T-diagram, venn-diagram (overlappende cirkels, schietschijven). Uiteraard moet ook mindmapping niet worden vergeten, die natuurlijk op allerlei manieren kan worden ingevuld (met woorden, pijlen, tekeningen, diagrammen, digitaal).

In het tweede deel gaat het om de groep betrekken en een vertrouwensband opbouwen, iets dat in het onderwijs natuurlijk heel erg belangrijk is, maar ook in de vernieuwingsprocessen (zowel top/down als bottum/up).

In veel situaties vergroot een visualisatie de betrokkenheid van de deelnemers, omdat zij zich direct gehoord voelen omdat zij het resultaat direct zien.

De volgende onderwerpen staan centraal: Mensen erbij betrekken (plaatjes gebruiken voor interactie), presentatie zonder powerpoint (daar ben ik een groot fan van!), adviseren en verkopen met grafische afbeeldingen (dat deed ik volgens mij bij Nutricia al, ik maakte toen zogeheten detailaids, om de buitendienst op eenvoudige wijze de klant ingewikkelde processen simpel uit te laten leggen ;), maar hier minder relevant en wellicht anders ingevuld (pag 94 e.v.)), praktische tips en hoe je beelden gebruikt om de interactie te verhogen (ook dat doe ik al met foto’s, talentkaarten en andere spelmethoden (volgens mij)).

De grafische vastlegging zorgt dus voor een hoge betrokkenheid. In het boek staan een aantal voorbeelden, die echt heel simpel uit te voeren zijn. Zoals beschrijven waar iedereen zit aan tafel of in een groep met een aantal kenmerken erbij.

In het deel over presenteren zonder powerpoints worden een aantal argumenten benoemd waarom powerpoints niet altijd of altijd niet werken, het is maar welke school je aanhangt.

Powerpoint zorgt voor push en niet pull, terwijl pull deelname creëert waar push voor weerstand zorgt (pag 76). Wanneer er participatie is,  is er aandacht en wordt betrokkenheid gestimuleerd. In heel veel leer- en veranderingsprocessen altijd zeer gewenst en nagestreefd! Bijna alle soorten meetings vereisen namelijk een hoge participatie om succesvol te zijn.  Mij valt op dat wij daar op de opleiding lang niet altijd gebruik van maken. Het raakt natuurlijk ook aan het sociaal-constructivisme, waarin actieve deelname tot dieper leren en daardoor betere prestaties kan leiden. Betrokkenheid is ook in andere leerfilosofieën een  belangrijke voorwaarde om tot goede resultaten te komen. Kortom: zeker de moeite waard om verder te onderzoeken en te experimenteren, zowel in studentensessies als bij docenten. Gedeeltelijk wordt er ook wel gebruik van gemaakt, maar dit kan absoluut sterker! Ik denk dat ook het boek Activerend Opleiden van Lia Bijkerk hier nog een bijdrage aan kan gaan leveren. Juist de combinatie van verschillende inzichten kunnen uiteindelijk leiden tot een nog beter inzicht en gebruik in diverse situaties!

De kracht van post-its wordt al wel gebruikt, maar vaak wordt er nog geen gevolg aan gegeven, waardoor de kracht weer wordt verminderd. Ook voor het gebruik van post-its in sessies zijn een aantal eenvoudige templates benoemd in het boek (pagina 80-84) Wanneer goed gebruik wordt gemaakt wordt van de post-it methodes, dan kan dit heel veel extra betrokkenheid en positieve energiestromen opleveren, die tot veel pullkracht leidt!

Gebruik van beelden en interactie kan door middel van collages gemaakt in gezamenlijkheid of beeldkaarten om de dialoog te stimuleren. Een voorbeeld daarvan wordt in het boek gegeven door ideocards (zie voorbeeld),

maar in Nederland worden via Thema vergelijkbare kaarten uitgegeven gerelateerd aan verschillende onderwerpen. En dat het werkt, heb ik in de praktijk al gemerkt in verschillende situaties. In het boek wordt ook de suggestie gedaan om het eens te proberen met negatieve associaties, lijkt me bijvoorbeeld in conflictsituaties of bij individuele gesprekken zeker een optie!

In het derde deel worden diverse graphics voor visueel denken besproken. Achtereenvolgens komen aan de orde:

Group Graphics (poster, lijsten, clusteren, grid, diagram, tekeningen, mandala’s), waarvan er zeker een aantal bekend voorkomen, omdat ik die regelmatig gebruik in bijeenkomsten of daarmee word geconfronteerd. Vooral lijsten, clusters en mindmaps zijn populair. Tekeningen vereist volgens het boek ervaring met metaforen, mandala’s zijn soms te ingewikkeld, maar kunnen digitaal wellicht makkelijker worden ingezet. De laatste twee worden op dit moment nauwelijks ingezet.

Problemen oplossen door out of the box te denken. Dan is visualisatie een echte powertool (boek pag 151). Naast de 4WH tool worden paretodiagreammen en het visgraatdiagram genoemd als ook de opgelegde metafoor en de 5 waaroms (doorvragen). Er wordt ingegaan op de algemene regels van brainstormen, het goed definiëren van het probleem (anders levert het geen goede oplossing op) en het belang van een goede evaluatie (congrueren) bij brainstormen.  Verder wordt dieper ingegaan op de technieken voor gevorderden en die vooral gebruikt worden bij het bedenken van innovaties en verregaande vernieuwingen in een systeem.

Storyboards maken en idea mapping gaat vooral in hoe innovators en designers werken., dus de creatieve mensen. Maar ook voor teams, studenten of verkoopgesprekken zijn ze goed in te zetten. (pag 167). Ideamapping wordt op eenvoudige manier al toegepast bij bijvoorbeeld kenniscreatie in het team, want minder in plenaire bijeenkomsten met studenten. Het storyboard is zeker het proberen eens waard bij bijvoorbeeld het vak creativiteit.

Visuele planning wordt vooral gebruikt om het totaalplaatje te zien. Ik zie, als ik het onderdeel lees, direct toepassingen in het te ontwikkelen curriculum. Het is wel enigszins toegepast, maar biedt naar mijn idee nog diepergaande mogelijkheden. Op pag 193 worden hier voorbeelden van gegeven.

Er zijn diverse mogelijkheden om gericht in soorten subgroepen visualisatie te gebruiken om een gewenste output te krijgen.  In het boek worden hier een aantal voorbeelden van gegeven. Verder wordt opgemerkt dat ook het creëren van dialoog een goede voorbereiding vereist. Ik denk dat gelijk weer aan toepassingen in lessen/trainingen!

Dat één en ander digitaal vastleggen helpt bij het gebruik in het vervolgproces mag duidelijk zijn. Dat daar vooraf over nagedacht moet worden en concrete afspraken over gemaakt, lijkt me helder.

In het vierde deel wordt ingegaan op het gebruik van graphics om de plannen uit te voeren. Vooral de onderdelen teamperformance ondersteunen en gebruik bij leergerichte workshops hebben mijn speciale belangstelling. Ik zie daar absoluut meerwaarde om beter betekenisvol leren te bereiken.

Bij het ondersteunen van de teamperformance wordt ingezoomd op doelen, rollen en actieplannen. De vier stromen (aandacht, energie, informatie en operations) (naar Arthur Youngs Procestheorie, http://www.arthuryoung.com/ ). Belangrijk voordeel is dat ze duidelijk grafisch te onderscheiden zijn. Dit hebben Drexler en Sibbet vertaald in het team-proces model (zie afbeelding).

In trainingen en workshops zijn alle vormen bruikbaar. Vooral als het om individuele leersituaties gaat, laat het zich makkelijk gebruiken om in dialoog te kunnen treden met de andere deelnemers wanneer dit wordt gedeeld. Uit ervaring weet ik dat dit goed werkt en wederom tot grote betrokkenheid voor het proces oplevert.

In het vijfde deel  wordt in onderstaande procesbeschrijving (bron: Visual Meetings, pagina 264/265) , met behulp van de vier stromen, aangegeven hoe je visual meetings kunt gebruiken binnen je organisatie. Ik zie mogelijkheden in het onderwijs aan studenten, maar ook zeker verbeteringen binnen kenniscreatie binnen het docententeam. Dat wij al gebruik maken van een aantal facetten is fijn om te weten. Ik denk dat vooral in het vervolgtraject nog veel winst valt te halen.

Mijn conclusie is dat Visual Meetings een mooi en handig boek is met veel tips en trucs om op een goede manier gebruik te maken van betrokkenheid in een groep. Dat onderwijs en training elkaar kunnen versterken, wordt hiermee nog eens extra aangetoond. Wanneer je onderwijs benadert als een breed scala aan wegen om leren te stimuleren en niet alleen ziet als het overdragen van kennis, gaat er een wereld van mogelijkheden open! Gelukkig wint die visie (soms) aan terrein ;)!

Kortom (ahum): een zeer nuttig boek voor LA3, mijn onderzoek, de dagelijkse praktijk in het onderwijs naar studenten en voor kenniscreatie binnen het docententeam! Reacties zijn welkom!!

Berichtnavigatie

%d bloggers liken dit: