Monica Heikoop

over onderwijsinnovatie en vernieuwingsprocessen

Archief voor de tag “innovatie”

Een switch in onderwerpen voor mijn beleidsnotitie

6684165-een-brainstorm-sessie-concept-als-een-abstract

Tja, lig ik vannacht in mijn lekkere warme bedje, komen er ineens een aantal onderwerpen naar boven om eventueel te kunnen gaan gebruiken voor mijn beleidsnotitie. Die leg ik graag in deze blog voor en ben benieuwd naar jullie reactie. Komende week, in de voorjaarsvakantie (vanaf 25-2) moeten toch echt de eerste stappen gezet worden.

1. Hoe kun je op verantwoorde manier nieuwe ICT onderwijstoepassingen implementeren in het nieuwe curriculum van de opleiding Communicatie en welke randvoorwaarden zijn daarvoor nodig? Denk daarbij aan VAL, Flipped classroom/blended learning, blogs, etc.

fokke-en-sukke-digitale didactiek

2. Op welke manier kun je de informatie uit de Startmeter en het intakegesprek effectief inzetten voor slb, studieondersteuning en inschatten risico’s op uitval van studenten en welke randvoorwaarden zijn daarvoor nodig?

3. Hoe kun je kennisdeling en -creatie binnen het docententeam van de opleiding Communicatie zodanig verankeren dat iedereen hier de meerwaarde inziet en daardoor bereid is hieraan deel te nemen, ten einde de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren?

drexler_sibbet team procesmodel

4. Een voorstel voor een verbeterde en heldere structuur van verantwoordelijkheden op onderwijs en ondersteuningsgebied, waarin een aantal punten van het focusplan van het CvB zijn meegenomen. Binnen de opleiding en daarna uitrollen binnen het instituut. Met als doel: meer betrokkenheid creëren, efficiënter met tijd en middelen omgaan en zo effectiever omgaan met kracht van betrokkenen.

Verschil tussen deze en de vorige onderwerpen is, dat ik hier veel meer in oplossingen heb gedacht,14275621-innovatieve-lamp-idee-concept

in plaats van uit te gaan van het probleem. Ik denk op alle onderwerpen iets te kunnen bijdragen, waardoor kwaliteit van het onderwijs, kwaliteit van werkbeleving en/of inzet van tijd en middelen verbeteren. Sommige onderwerpen liggen in elkaars verlengde of zouden kunnen worden gecombineerd. En een aantal onderwerpen komt voort uit eerdere bevindingen en met de beleidsnotitie kan een basis worden gelegd voor borging.

Kortom: jullie mening wordt zeer op prijs gesteld!

lente6                                      Ter illustratie

Leren van innoveren…

Nieuwsgierigheid blijft de drijfveer!Leren van innoveren: Zo luidt het proefschrift van Wietske Miedema en Martin Stam. Waarbij de docenten in dit proces centraal staan. Ik heb dit boek gelezen in het kader van LA3, maar ik vind ook weer veel aanknopingspunten voor mijn onderzoek en visie op onderwijs. In deze blog daarom een “gekleurde” samenvatting, met de hoofdpunten die ik van belang vind en een bruggetje naar mogelijke toepassingen.

Allereerst: het proefschrift bevat een aantal cases, waarin een bepaalde manier van werken centraal staat. Deze cases komen uit het vmbo en HBO. Omwille van de tijd en mogelijke herkenning beperk ik mij tot de cases in het HBO. Dat kan, omdat dit ook zo in de hoofdstukken is onderverdeeld.

Maar… beginnend bij het begin: De vraagstelling van het onderzoek luidt:

Wat en hoe leren docenten van het innoveren van het eigen onderwijs?

In hoofdstuk 1 worden al een aantal mensen geciteerd: Lagerweij et al. (2004) die constateren: Mensen willen wel veranderen, maar niet veranderd worden (p.20) en Fullan: If we know one thing about innovation and reform it is that it cannot be done succesfully to others (1991, p. XIV)

Het onderzoek in dit proefschrift richt zich op ervaringen van docenten en docententeams en op de betekenis die zij toekennen aan hun handelen en aan de ervaren problemen bij de vernieuwing van hun onderwijs. (p.3)

De opbouw is als volgt: eerst wordt uitgebreid stilgestaan bij de maatschappelijke context waarin het onderzoek zich afspeelt. Daarna volgt het theoretisch kader, waarin de keuze voor de cultuur-historische activiteitstheorie wordt verantwoord. (p.3).
Daarna worden de onderzoeksvragen uitgewerkt en in een aantal hoofdstukken de gevalsstudies beschreven. Daarna vindt een vergelijkende analyse plaats en volgt antwoord op de hoofdvraag.

Naar aanleiding van de grootscheepse onderwijsvernieuwingen die in Nederland steeds hebben plaatsgevonden, spreekt de volgende conclusie mij erg aan: Planmatigheid, doelgerichtheid en kwaliteit van het onderwijs blijken geen goede handvatten te zijn bij het aansturen en analyseren van complexe veranderingsprocessen, zoals grootschalige innovaties (Lagerweij et al.) Ook Fullan onderschrijft dit weer (waarschijnlijk andersom 😉 )

Op pagina 15 wordt geconstateerd dat het traditionele klassikale onderwijs niet meer voldoet. Daarvoor in de plaats komen het werkplekleren, de studieloopbaanbegeleiding en het competentiegericht leren. Het competentiebegrip wordt breed opgevat en vaak ook centraal aangestuurd (zo ook bij de HR)

Er zijn ook inhoudelijke thema’s binnen onderwijsinnovatie, zoals de activerende didactiek, die voortkomt uit het constructivisme en gezien kan worden als de vertaling van de constructivistische uitgangspunten naar didactische aanpakken in de school en de klas (p.21).

Der vertaling blijkt niet eenvoudig voor docenten, vooral omdat er op 4 niveaus dilemma’s plaatsvinden die moeten worden opgelost: conceptuele (de basis), didactische (nieuwe curriculumontwerpen), culturele (rol docent/student) en politieke dilemma’s (stakeholders). (p.21)

Op pag 25 worden de uitgangspunten van het werkplekleren benoemd: een hoog realiteitsgehalte, een ontwikkelingskarakter, goede begeleiding en ondersteuning van het leerproces, goede randvoorwaarden oftewel is de school goed zichtbaar op de werkplek. Als ik dit zo bekijk en ook het boek van Streumer (Kracht van het werkplekleren) erin betrek, dan denk ik dat onze opleiding op meerdere momenten aan deze eisen voldoet. Vanuit mijn eigen visie denk ik dat de studenten steeds uitgedaagd moeten worden om te willen leren. Dat kan goed met een directe link naar de echte praktijk door middel van opdrachten, klantcontact en het bewust worden van talenten en benodigde competenties.

Omdat onderwijsvernieuwingen commitment van alle lagen in het onderwijs vraagt, kost het implementeren van een vernieuwing tijd. De slingerbeweging waarover gesproken wordt, draagt daar niet aan bij. Er zijn veel risicofactoren, die een gevaar vormen voor een goede invoering van een vernieuwing.

Engeström neemt een belangrijke plaats in het theoretisch kader met de uitleg van de activiteitstheorie in relatie tot onderwijsvernieuwing. Daarbij staat ook centraal het delen van problemen, de pogingen dit op te lossen, daarbij buiten het voorgeschreven script treden en dus tot meer in staat zijn (expansief leren). De Community of Practice neemt daarbij een belangrijke plaats in. Som der delen is meer dan het geheel. Engeström kijkt dan ook niet naar het individu en zijn unieke ervaringen.

Vygotski daarentegen gaat wel uit van de mogelijkheid dat het individu expansief kan leren vanuit de Zone van de Naaste Ontwikkeling (ZNO)

Wanneer deze twee theorieën samen worden gebracht, blijkt (zo hebben Daniels (2001) en Onstenk (1997) beschreven) dat de eigen ontwikkeling kan bijdragen tot het feit dat de som der delen groter is dan het geheel. Daarmee zijn we eigenlijk min of meer terug bij het sociaal-constructivisme. Het gaat er om dat leren een gevolg is van de uitbreiding van het duurzame handelingsrepertoire. (p. 51).

Ook in de theorie van het Creatief Leren van Meijers en Wardekker wordt ingezoomd op het leren van het individu binnen een groepscontext, waarbij grenservaringen en kritische situaties tot leren en naar oplossingen leiden.

In dit onderzoek wordt het leren dan ook van twee kanten benaderd: als een collectieve aangelegenheid in het licht van de zones van naaste ontwikkeling als particuliere aangelegenheid. (p.54).

Het onderzoek dat voor dit proefschrift is uitgevoerd is exploratief, dwz een diepgaande beschrijving van unieke gevallen, waarover nog weinig bekend is. Aan de hand van strakke criteria zijn 4 gevalsstudies geselecteerd.

De onderzoeksopzet is interessant en heeft zich over twee jaar uitgespreid. Via leerbiografieën, SBL-competentiematrix en reflectieve zelfevaluaties zijn de afzonderlijke gevalsstudies beschreven na de analyse. Vervolgens wordt in de vergelijkende analyse gegevens naast elkaar gelegd, om zo conclusies te kunnen trekken.

In een volgende blog wordt in gegaan op de gevalsstudies in het HBO en de uiteindelijke conclusies, anders wordt deze blog veeeel te lang. 😉 MAAR: blijf vooral nieuwsgierig …..

Wordt dus vervolgd ….

Mijn literatuurlijstje voor komende week …

In de herfstvakantie staan drie zaken centraal:

  1. Eerste analyse van de gegevens uit mijn onderzoek
  2. Opzet van mijn paper voor LA3
  3. Lezen van literatuur voor alle onderdelen van de leerarrangementen en vooral samenvattingen maken, dan wel quotes noteren voor de stukken.

Deze blog gaat vooral over het laatste aspect. De boeken en artikelen liggen mij al een hele tijd aan te staren vanaf de plank op mijn bureau, dus nu moet er eindelijk iets gebeuren, al was het maar om rust in mijn kop te krijgen!

De artikelen van mijn blog van kanttekeningen voorzien en op bruikbaarheid en/of inpasbaar in mijn eigen onderwijspraktijk toetsen.

Samenvattingen van :

  • Aan de slag met Competenties (in relatie tot het proces van vernieuwing van ons eigen curriculum en LA3)
  • Hattie: Visible learning for teachers (irt onderzoek en LA3) en ook visible learning (onderzoek)
  • Fullan: The new meaning of educational change (ter voorbereiding op het schrijven van LA3)
  • Vernieuwing in het Hoger onderwijs (ook ter voorbereiding op het schrijven van LA3 én keuzes binnen de vernieuwing van ons curriculum)

Lezen en samenvatten op basis van bruikbaarheid voor LA3, LA5 en integratieopdracht:

  • Schön: The Reflective Practioner
  • Dochy: Competentiegericht opleiden en toetsen (LA3)
  • Leren van innoveren (delen te gebruiken voor onderbouwing LA3)
  • De proefschriften van Suzanne Verdonschot en Hans Vermaak over vernieuwingstrajecten
  • Eelko Huizingh: Innovatiemanagement
  • Susanne Brakkee: Effectief en motiverend leidinggeven
  • Kaufman en Ploegmakers: het geheim van de trainer (ter voorbereiding op college LA3)

En dan liggen er nog een aantal boeken op de stapel die ook de moeite waard zijn!

Zoals “De canon van het leren” van Manon Ruijters en Robert-jan Simons waarin 50 concepten en hun grondleggers over leren, “De staat van morgen” van Adjidie Bakas over hoe de ondernemersdemocratie Gouden Eeuw II mogelijk maakt (ondertitel) en “Activerend opleiden” van Lia Bijkerk en Wilma van der Heide dat weer interessant is in de dagelijkse praktijk van het onderwijs en de blik op het nieuwe curriculum en stappen richting oplossing voor onderwijs aan de MBO4 verkorte route, en tot (voorlopig slot): “Visuele meeting”s van David Sibbet, waarin interessante linken gelegd kunnen worden met activerend onderwijs, creativiteit en kenniscreatie in teams.

Kortom: ff doorlezen 😉 En dan toch nog een beetje genieten van het vakantiegevoel. 🙂

Ter inspiratie voor de innovatie ;)

Vanuit COCD worden regelmatig leuke en inspirerende mails  verstuurd. Dit instituut is gespecialiseerd in creativiteit!

Veel lees en kijkplezier!

 

http://www.cocd.org/nl/node/953?utm_source=COCD+creativitips%3A+%23+80+-+Idea+killers…+&utm_campaign=tip20120628&utm_medium=email

En weer een boek ….

In het onderwijskundig handboek met als titel: Vernieuwing in het Hoger Onderwijs staan veel onderwerpen die de basisvormen voor vernieuwing in het HO.

Het boek is echter al uit 2006. Het leuke daaraan is dat je ziet, hoe snel de wereld verandert en met name de rol van ELO, ICT en werkvormen. Maar ook wat er terecht is gekomen van flexibilisering in het HO en  wat de achtergronden zijn van rendementsverbeteringen.

In het licht van de discussie vanmiddag én het artikeltje in Onderwijsinnovatie (september 2012) een aardige context wat er eigenlijk allemaal komt kijken bij het verbeteren van rendementen en welke invalshoeken er allemaal zijn.

In het boek ook onderwerpen als kwaliteitszorg en accreditatie, docentcompetenties in het vernieuwde HO. Het geeft een goed inzicht in wat er tot 2006 allemaal in de pijplijn zat, waar ideeën over waren en wat daar van terecht is gekomen of op een andere manier het onderwijsveld heeft bereikt.

Met de wetenschap dat 70% van alle innovaties in het onderwijs ergens sneuvelen of mislukken zeker de moeite waard om weer eens te beseffen wat nodig is om vernieuwingen wel te laten slagen!

Berichtnavigatie

%d bloggers liken dit: